Mail de redactieMail de redactie

Snel naar

Rondom het klaslokaal

Dit voorwoord schrijf ik in de trein, een grijze...

USAgenda 2017-2018

Een overzicht van de leerlingactiviteiten dit...

Nieuw redactielid

De huidige leerling-redactieleden doen dit jaar...

Ideeën welkom bij de medezeggenschapsraad

In de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad...

Genomineerde roman van docente Nynke Smits

Dit jaar verscheen bij Primavera Pers de historische...

Plusklassen 2016-2017

Afgelopen jaar konden leerlingen in de onderbouw...

Romereis twee-punt-nul

De Romereis is al jaren onderdeel van het Stedelijk...

Jodelende dodo’s op Socrates

Klas 1A en 1C vielen dit jaar in de prijzen tijdens...

Interview raad van toezicht

De beide rectoren van Athena en Socrates vormen...

Toetsen

Een wervelwind van brugklassers waait door de...

-- Oproepen en mededelingen --

“Wat je op sociale media ziet, is regelmatig niet echt”

Gepubliceerd op 16-12-2015

Onderzoek naar gebruik van sociale media door leerlingen SGL 

 

Eigen onderzoek van Pro Parentibus geeft inkijkje in het gebruik van sociale media binnen het Stedelijk Gymnasium Leiden.

 

Sociale media maken een stormachtige opmars door onder vrijwel alle leeftijdsgroepen. Vooral jongeren lijken voortdurend via hun smartphone op het sociale web actief, gebruikmakend van apps als Whatsapp, Snapchat en Instagram. Hoe zit het eigenlijk met het gebruik van sociale media binnen het Stedelijk Gymnasium Leiden? Eigen onderzoek van ProParentibus laat zien: niet elke leerling is voortdurend ‘social’, social-mediagebruik begint vaak al op de basisschool, vrienden en vriendinnen blijven belangrijker dan sociale media. En ook: de sociale media die leerlingen gebruiken, wijken sterk af van die van hun ouders.

 

YouTube en WhatsApp vormen de top, veel ‘social grazing’ 
Om met een ontnuchterend feitje te beginnen: niet alle leerlingen zijn voortdurend ‘social’. Circa 3% zegt minder dan 1 keer per week sociale media te gebruiken. “Ik heb niet zoveel met sociale media, ik doe liever actieve dingen, ” zegt een van hen. Een andere leerling uit deze groep merkt op: “Ik heb geen telefoon, als ik er een zou hebben zou ik sowieso geen social media gebruiken.” 

Uit voorgaande tabel blijkt dat YouTube en WhatsApp de absolute top vormen qua gebruik, op korte afstand gevolgd door Snapchat en Instagram. Het beeld dat Facebook weinig door jongeren wordt gebruikt, geldt niet voor leerlingen van het Stedelijk: circa 70% gebruikt deze app. LinkedIn – onder volwassenen razend populair – scoort daarentegen zeer laag. Opvallend is dat leerlingen veel sociale media gebruiken, maar er ook veel weer dumpen: ze vertonen ‘graasgedrag’. En onze antwoordenlijst bleek niet compleet. “Ik gebruik ook ongeveer 4 keer per week skype,” meldt een leerling.

 

 

Social-mediagebruik start vaak al op de basisschool, vrienden zijn cruciale beïnvloeders
Circa de helft van de leerlingen is al op de lagere school begonnen met sociale media, bijna 45% doet dat in de onderbouw van het Stedelijk. Maar: er is een groep (3%) die lange tijd niets met sociale media doet en pas begint in de bovenbouw.


Vrienden zijn cruciaal bij de start met sociale media: 60% van de leerlingen start onder invloed van vrienden. Er zijn ook behoorlijk wat 'zelfstarters’ (circa 15%). 

Broers/zussen en ouders zijn hierin duidelijk minder belangrijke beïnvloeders.

 

 

De smartphone is koning, de smartwatch is binnen het Stedelijk nog niet geland
De smartphone is – niet verrassend – de absolute nummer 1 als het gaat om de vraag via welke apparatuur leerlingen sociale media gebruiken: ruim 60% gebruikt hun smartphone altijd. Opvallend: ruim 40% zegt nooit een tablet te gebruiken. En ook dé runner-up tool voor sociale media – de smartwatch – is binnen het Stedelijk vrijwel niet in gebruik.

 

Social door het leven: overdag én ’s nachts
Vaak je smartphone checken: dat blijkt ook binnen het Stedelijk volstrekt normaal te zijn. Bijna een vijfde van de respondenten doet dat meer dan 20 keer per dag. Een leerling zegt hierover: “Ik heb een app – Moment – die meet hoe vaak ik op m'n telefoon kijk. Aan de hand van die informatie kan je zeggen dat ik toch redelijk verslaafd ben: gemiddeld 4 uur per dag & 40 keer opgepakt.” 
Van de leerlingen is ruim 80% vooral met sociale media bezig na school tot 22.00 uur. Maar: 9% is dat ook nog na 22.00 uur en ’s nachts. Interessant detail: bijna 2% zegt gemiddeld per dag vooral tijdens de lessen op school met sociale media bezig te zijn. Dat draagt niet altijd bij aan de gezelligheid. “Over het algemeen vind ik sociale media wel handig, maar ik irriteer me erg aan mensen die tijdens pauzes, zodra er een stilte valt in het gesprek, naar hun smartphone grijpen,” zegt een leerling daarover.

 

Leerlingen zijn zich af en toe zeker bewust van het beslag dat sociale media op hen leggen. “Social media zijn handig, maar soms vind ik dat ik wel te veel op mijn mobiel zit en dan stop ik ook!” zegt een van hen. De risico’s zijn ook in beeld. Een leerling stelt: “Ik ben van mening dat er restricties voor jongere gebruikers (<13 jaar) moeten komen, in verband met de vele risico's die aan veelvuldig gebruik zitten.”

 

 

Gebruik: contact met vrienden/bekenden en jezelf laten zien
Leerlingen gebruiken sociale media voor uiteenlopende dingen. ‘Contact hebben met vrienden/bekenden en om te zien wat die doen’ staat met stip op 1 (95%), maar ‘om informatie te krijgen over: school, bekende merken, artiesten, sportvereniging, webwinkels en nieuwszenders’ (72%) is ook belangrijk. Expressie en jezelf laten zien, daarvoor gebruiken de leerlingen sociale media zeker ook. Ruim 24% zegt sociale media te gebruiken ‘om iets van mijzelf te laten zien/mijn mening over iets te geven.’ 

 

De leerlingen benoemen een wijde variatie aan andere doelen waarvoor ze sociale media gebruiken:

“Om vragen te stellen over wat voor huiswerk we hebben op welke dagen als ik er niet was.”
“Belangrijke dingen voor school, zoals dingen op de studiewijzers. Ook om bijv. tegen mijn ouders te zeggen dat ik thuis ben.”
“Vlogging, stijl, fotobewerking, kunst.”
“Game-creaties plaatsen.”
“Om m'n culturele kennis te verbeteren.”
“Het nieuws te volgen en met vrienden met dezelfde hobby’s etc. uit andere landen in het Engels te communiceren.”
“Om met de andere /b/tards, sc/out/s, lainons, /pol/itians en gewone anons te communiceren, en om mijn mening te geven.”
“Een portfolio opbouwen.”

 

Gebruik van sociale media gebeurt vooral in de vorm van chatten. 80% van de leerlingen doet dat meerdere keren per dag. Foto’s plaatsen doet bijna 30% een keer in de week, 8% doet dat dagelijks, terwijl 4% van de leerlingen wekelijks video’s plaatst. Zeer kleine aantallen leerlingen bloggen of vloggen.

 

Het relatieve belang van sociale media: vrienden en vriendinnen blijven nummer 1
Verslaafd aan sociale media? Die indruk bestaat niet als we kijken naar het belang van sociale media ten opzichte van dingen als vrienden/vriendinnen, sportclub en tv. Vrienden en vriendinnen staan bij leerlingen onbetwistbaar op de eerste plaats. Een leerling merkt hierover op: “Waarom dingen die je met je vrienden doet met je vrienden delen? Want dan ben je dat niet aan het doen maar die post aan het maken ... Blijf gewoon leven voor jezelf, niet voor social media.” 
Iemand anders zegt: “Ik vind dat er te veel waarde aan wordt gehecht en ik zou er zelf graag ook minder waarde aan hechten. Wat je immers op social media ziet is regelmatig niet echt, je kunt niet goed uit foto's en berichtjes emoties van mensen afleiden. Ook zijn social media voor sommige mensen verslavend, het is goed om een keer verder te kijken dan je scherm.” 

 

Er zijn ook kritische commentaren als het gaat over sociale media en vrienden. “Ik vind social media een fijne manier om snel met je vrienden te kunnen connecten, maar dat betekent niet dat ik niet even naar mijn vrienden toe kan gaan of even met ze bel als ik gewoon lekker wil praten/kletsen. Social-mediagebruik is een leuke ontdekking maar ik heb niet het gevoel dat het mijn leven heel erg overneemt of verandert.” En: “Sociale media zijn prachtige middelen om in contact te blijven met vrienden op afstand, maar de tegenhanger is dat veel mensen afstandelijker worden als ze face-to-face afspreken met vrienden. Door dan op je telefoon te zitten en 'sociaal' te doen in de digitale wereld verwijderen een boel mensen zich als het ware van hun naaste omgeving. Dit gebeurt niet alleen bij vriendenkringen, ook bij families in restaurants, vakantie, bowlen of enig ander dagje uit.”

 

Opvallend is dat sociale media volgens leerlingen bijna even belangrijk zijn als hun sportvereniging. Tv is duidelijk minder belangrijk.

 

Leerlingen en ouders: verschillende mix, social media zijn wel een topic
Jongeren blijken in het algemeen op sociale media de drijvende kracht te zijn: waar zij komen, komen ouderen later, waarbij jongeren vaak dan weer verdwijnen. Tussen leerlingen van het Stedelijk en hun ouders blijkt een groot verschil in de ‘sociale media mix’ die ze gebruiken (waarbij het sociale mediagedrag van ouders is ingeschat door leerlingen zelf). Het enige wat hen bindt, is het sterke gebruik van WhatsApp. Verder zijn er vooral verschillen. Bijvoorbeeld ten opzichte van de app LinkedIn, die toch vooral een ‘volwassenen-platform’ blijkt. De top-3 van sociale media die hun ouders volgens leerlingen gebruiken: WhatsApp, LinkedIn, YouTube.

 

Veel leerlingen en hun ouders praten in elk geval over sociale media, in de vorm van het onderwerp van chats of discussies in groepen, leuke/minder leuke filmpjes of wat leerlingen zelf doen op sociale media. Bijna 60% van de leerlingen zegt 1 keer per week met zijn of haar ouders over sociale media te praten. Een leerling zegt daarover: “Ik vind sociale media leuk als je er goed mee om kunt gaan zoals met je oma chatten of met vrienden, maar niet met mensen die je niet kent. Mijn ouders vragen soms naar wat de onderwerpen op WhatsApp zijn en dan laat ik ze wat zien. Maar dat vind ik niet erg want ik heb toch geen problemen.”

 

Onderzoek en tekst: Peter Pot


Verantwoording

Bij dit onderzoek – dat online is uitgevoerd en waarvoor alle leerlingen via e-mail zijn benaderd – zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

 

Foutmarge: 5%
Betrouwbaarheidsniveau: 95%
Spreiding: 50%

 

Voor de populatie leerlingen was een minimale steekproefomvang/onderzoeksgroep van 323 noodzakelijk voor significante uitspraken. In totaal hebben 444 leerlingen aan het onderzoek meegedaan, 91% daarvan heeft de vragenlijst geheel ingevuld. Diegenen die dat niet hebben gedaan, hebben in vrijwel alle gevallen alleen hun e-mailadres niet ingevuld.

 

Als we inzoomen op hun karakteristieken lijkt de populatie leerlingen die heeft meegedaan aan het onderzoek sterk op de totale leerlingenpopulatie van het Stedelijk. In enkele opzichten zijn er wat verschillen:

- Er hebben minder leerlingen van Athena meegedaan (-3%), vergeleken met de feitelijke verdeling van het aantal leerlingen van Athena en Socrates.

- Leerlingen uit klas 1 hebben minder vaak meegedaan (-6%) vergeleken met hun feitelijke aandeel in het totaal aantal leerlingen. Voor leerlingen uit klas 6 geldt het omgekeerde:  zij hebben relatief vaker meegedaan (+5,6%).

- Er hebben meer meisjes meegedaan vergeleken met hun feitelijke aandeel in het totaal aantal leerlingen (+12%).