Mail de redactieMail de redactie

Snel naar

Rondom het klaslokaal

Dit voorwoord schrijf ik in de trein, een grijze...

USAgenda 2017-2018

Een overzicht van de leerlingactiviteiten dit...

Nieuw redactielid

De huidige leerling-redactieleden doen dit jaar...

Ideeën welkom bij de medezeggenschapsraad

In de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad...

Genomineerde roman van docente Nynke Smits

Dit jaar verscheen bij Primavera Pers de historische...

Plusklassen 2016-2017

Afgelopen jaar konden leerlingen in de onderbouw...

Romereis twee-punt-nul

De Romereis is al jaren onderdeel van het Stedelijk...

Jodelende dodo’s op Socrates

Klas 1A en 1C vielen dit jaar in de prijzen tijdens...

Interview raad van toezicht

De beide rectoren van Athena en Socrates vormen...

Toetsen

Een wervelwind van brugklassers waait door de...

-- Oproepen en mededelingen --

 

 

 

'Leren is niet altijd leuk, maar je moet het gewoon doen'

Gepubliceerd op 14-10-2015

Hester van Bolhuis, eindexamen 1989

 

Ze zegt het heel terloops aan het eind van het interview. “Ik ontmoette mijn man tijdens de Romereis, hij zat ook op het Stedelijk.” Dat maakt het plaatje compleet: Hester van Bolhuis – dierenarts bij Stichting AAP – komt uit een SGL-nest. Vier broers en zussen die allemaal naar het Stedelijk gingen, als vijfde in de rij ging zij niet eens meer kijken op andere scholen. En dit jaar is haar oudste zoon begonnen op Socrates.

 

Denkend aan het Stedelijk

“Zie ik een fijne, oude school. Mooi gebouw, hele vriendelijke warme sfeer. Met 650 leerlingen een kleine school, iedereen kende elkaar. Wat de school me heeft meegegeven: vriendschappen, de discipline dat leren niet altijd leuk is maar dat je het gewoon moet doen. Daar heb ik tijdens mijn studie veel aan gehad, vooral bij stampwerk. En de voordelen van het Latijn merk ik nog dagelijks in mijn werk.”

 

Studiekeuze

“Ik kom uit een ‘medisch’ gezin en had altijd iets met dieren, dus ik wist al vroeg dat ik diergeneeskunde wilde doen. Omdat de kans op uitloten vrij groot was, deed ik een beroepskeuzetest die via school werd aangeboden. Daar kwam uiteraard ook diergeneeskunde uit en bouwkunde als tweede keus. En toen werd ik toch ingeloot.

De studieduur was destijds 6 jaar, in mijn geval 7 jaar omdat er zoveel wachttijd tussen de coschappen zat. Tijdens die wachttijden deed ik buitenlandse vakantiestages en maakte reizen naar Afrika, omdat ik erg geïnteresseerd was in wilde dieren geneeskunde en conservatie.”

 

Opstartfase

“Na mijn studie kon ik met een beurs als dierenarts 6 maanden ervaring opdoen bij een project in Indonesië, waar ik een groep biologen hielp bij gedragsonderzoek bij orang-oetans en langoeren in het wild. Mijn studiegenoten waarschuwden me: straks vergeet je alles. Maar ik vond het fijn om even weg te zijn uit Nederland en in aanraking te komen met onderzoek.
Daarna ben ik in Nederland in een praktijk voor kleine huisdieren gaan werken. Ik wilde werken met wilde dieren, maar hield mezelf voor dat ik dan toch eerst de basis moest beheersen. Ik heb er veel geleerd en vond het leuk, behalve dan de welvaarts- en welzijnsproblemen waar je mee te maken kreeg. Zoals hondjes waarvan je de oogleden moest corrigeren, omdat ze waren doorgefokt.”

 

Het doel: wildlife

“Na twee jaar ben ik naar Londen gegaan voor een masteropleiding wilde dieren geneeskunde. Daarna heb ik op Sumatra meegewerkt aan het opzetten van een orang-oetan opvangcentrum.

Terug in Nederland kreeg ik een baan op de virologie-afdeling in het Erasmusziekenhuis, waar net het Dutch Wildlife Health Centre was opgericht. In die periode speelde de uitbraken van zeehondenziekte en zwanensterfte maar ook van aviaire influenza en SARS; heel spannend. Mijn aandeel in het onderzoek naar die ziekten lag met name bij de in het wild levende dieren.

In 2006 kreeg Stichting AAP 28 chimpansees, ex-proefdieren vanuit TNO Rijkwijk, besmet met HIV- en hepatitis C virus. Voorwaarde was dat er een dierenarts in dienst zou komen die dat kon begeleiden. Ik had de virologische ervaring én met apen gewerkt en solliciteerde. Inmiddels werk ik tien jaar bij AAP en maakte veel ontwikkelingen mee: steeds andere diersoorten die we binnen krijgen, een dependance in Spanje waar we sinds dit jaar ook grote katten kunnen opvangen. We doen onderzoek naar de dieren die we opvangen om hen zo goed mogelijk te kunnen helpen. Ze zijn afkomstig uit

niet-normale omgevingen, hebben vaak trauma’s meegemaakt. Maar de onderzoeksgegevens samen met onze ervaringen worden ook gebruikt om overheid en opvangcentra wereldwijd te helpen en te adviseren.”

 

Cultuurverandering

“Stichting Aap steunt de totstandkoming van de Positieflijst huisdieren, waarin staat welke zoogdieren je in Nederland als huisdier mag houden. Dieren die er niet op staan, zijn niet toegestaan. De positieflijst zorgt voor minder mazen in de wet. Zo hopen we de toestroom van dieren die bij ons binnenkomen op de lange termijn te verminderen. Nu komt er nog van alles binnen: degoes, poolvossen, dingo’s, walibi’s, klauwaapjes en berberaapjes.

“De recente actie tegen circusdieren – Wilde Dieren de Tent Uit – wordt door AAP gesteund. Het gaat in Europa om heel veel circusdieren die straks allemaal ergens opgevangen moeten worden, wij hebben in Spanje plaats voor 30 leeuwen en tijgers. Dat de circuseigenaren niet blij zijn, snap ik wel. Vaak zijn dat families die al decennialang zo werken en ermee opgegroeid zijn. Maar de cultuur verandert, we kijken nu anders dan vroeger naar het welzijn van dieren. Ook dierentuinen staan wat mij betreft ter discussie. Het houden van wilde dieren in gevangenschap maakt nu nog deel uit van onze cultuur, maar daar zal de komende jaren wellicht ook verandering in komen.”

 

Interview en tekst: Carla van Elst