Mail de redactieMail de redactie

Snel naar

Rondom het klaslokaal

Dit voorwoord schrijf ik in de trein, een grijze...

USAgenda 2017-2018

Een overzicht van de leerlingactiviteiten dit...

Nieuw redactielid

De huidige leerling-redactieleden doen dit jaar...

Ideeën welkom bij de medezeggenschapsraad

In de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad...

Genomineerde roman van docente Nynke Smits

Dit jaar verscheen bij Primavera Pers de historische...

Plusklassen 2016-2017

Afgelopen jaar konden leerlingen in de onderbouw...

Romereis twee-punt-nul

De Romereis is al jaren onderdeel van het Stedelijk...

Jodelende dodo’s op Socrates

Klas 1A en 1C vielen dit jaar in de prijzen tijdens...

Interview raad van toezicht

De beide rectoren van Athena en Socrates vormen...

Toetsen

Een wervelwind van brugklassers waait door de...

-- Oproepen en mededelingen --

 

 

 

Omnia mutantur, nihil interit

Geen enkel ding in dit heelal, geloof me, gaat teloor,
maar alles wisselt en vernieuwt.

 

Het Platform Onderwijs2032 onder voorzitterschap van Paul Schnabel publiceerde onlangs met veel bombarie haar in opdracht van staatssecretaris Sander Dekker geschreven adviesrapport over de toekomst van het onderwijs. Volgens dit adviesrapport is er een nieuwe koers in het onderwijs nodig. De nieuwe koers moet zo worden uitgezet, dat leerlingen die nu voor het eerst naar school gaan, de kennis en de vaardigheden meekrijgen, die ze nodig hebben als ze in 2032 de arbeidsmarkt betreden.

 

Dit toekomstgerichte onderwijs zou een optimale balans tussen de verwerving van parate kennis en het ontwikkelen van inzicht moeten hebben. Het Platform vindt dat de nadruk minder op encyclopedische kennis moet komen te liggen. Om een historisch, geografisch en natuurwetenschappelijk wereldbeeld te ontwikkelen, hoeven leerlingen niet alle feiten die nu in methodes aan de orde komen precies te kennen, maar moeten ze de vaardigheden leren beheersen om die kennis te achterhalen. Met een beter evenwicht tussen deze doelen kan het onderwijs leerlingen begeleiden in hun ontwikkeling tot zelfstandige volwassenen die ‘vaardig, waardig en aardig zijn, voor zichzelf en voor hun omgeving’.

Dat is een mooi geformuleerd streven. Voor Maurice de Hond, initiatiefnemer van de Steve Jobs-school, is het rapport aanleiding voor een vlammend betoog in De Volkskrant om het onderwijs rigoureus digitaal te vernieuwen. Volgens De Hond is het onzinnig om ouderwets ‘just in case’ te leren en moeten we ‘just in time’ gaan leren. In het onderwijs van vroeger leerde je van alles omdat je dat later misschien ooit nodig zou kunnen hebben. Door de informatierevolutie moeten we nu kinderen de noodzakelijke vaardigheden leren om problemen die ze tegenkomen op te lossen met behulp van digitale bronnen en door samen te werken met mensen uit hun sociale online netwerk. Het gaat minder om de kennis die je hebt, het gaat er meer om wat je met informatie kunt doen. Waarom, zo vraagt De Hond zich ook af, leren kinderen nog steeds Grieks en wiskunde, maar niet ondernemen en programmeren?

 

Dat lijkt een terechte vraag. Maar duiken we iets dieper in de materie dan gaat hier eigenlijk een belangrijke vraag aan vooraf: hoe ziet de wereld er in 2032 uit? De aannames in het Adviesrapport en in het artikel van Maurice De Hond hebben gemeen dat het perspectief in het gedateerde heden ligt. De glazen bol van onderwijsvernieuwers lijkt helder door de met veel nadruk uitgesproken verwachtingen, maar is in feite erg door een waan-van-de-dag-perceptie vertroebeld.

 

Veel onderwijshervormingen van de afgelopen vijftig jaar, de Mammoetwet, de middenschool, de basisvorming, het studiehuis, bleken bij nader inzien toch niet zo op de toekomst aan te sluiten en zijn een zachte dood gestorven. Een hilarisch overzicht hiervan liet Arjen Lubach onlangs zien in Lubach op zondag. Niet alleen leuk, ook een leerzaam stukje onderwijsgeschiedenis. Een aanrader.

 

Omnia mutantur, nihil interit, lezen we in het laatste boek van de Metamorphosen. Ovidius refereert hier aan de ideeën van Pythagoras, die de meeste mensen alleen kennen van zijn wiskundige stelling. Pythagoras was ook een filosoof die schreef over de ‘eeuwige verandering’: niets gaat verloren, maar alles verandert en vernieuwt. Dat geldt ook voor het gymnasium. Leerlingen voorbereiden op 2032 lijkt op een ontkenning van die eeuwige verandering. Juist het onderwijs maakt deel uit van die eeuwige verandering. Onderwijs is een ‘work in progress’ dat in de school wordt vormgegeven door docenten en leerlingen. Onderwijs verandert voortdurend, essentieel daarbij is niet wat politici, externe deskundigen of techniekgoeroes formuleren, maar de beweging die in het onderwijsproces van binnenuit ontstaat. De gedrevenheid van elke goede school om het leren betekenis te geven die niet slechts gefundeerd is op de waan van vandaag of de waan van overmorgen. Het is voorspelbaar dat de wereld van de toekomst een wereld zal zijn die is overladen met informatie. De huidige generatie leerlingen heeft helemaal niet zoveel van school nodig om te leren omgaan met digitale informatie en sociale media, dat leren ze voor het grootse gedeelte zichzelf wel. Betekenis kunnen geven aan die wereld is van essentieel belang om er je weg in te kunnen vinden en daarvoor is kennis en verdieping nodig. Het onderwijs moet een referentiekader bieden voor de wereld van vandaag, voor de wereld van morgen en voor de wereld van 2032. Om betekenis te kunnen geven aan de wereld van nu en de toekomst zijn Grieks en wiskunde een betere basis dan ondernemen en programmeren en daarom hecht ik meer aan de klassieke poëzie van Ovidius en de wijsheid van Pythagoras dan aan de orakelspreuken van moderne profeten als Maurice de Hond en Paul Schnabel. Ovidius parafraseert het door Pythagoras aangereikte tijdloze referentiekader prachtig in de volgende regels:


Geen enkel ding in dit heelal, geloof me, gaat teloor,
maar alles wisselt en vernieuwt. Men spreekt van een geboorte
als er iets anders aanvangt dan er was, en sterven is
ophouden met hetzelfde-zijn. En toch, het groot geheel
blijft wel bestaan, al schuift er nog zoveel van hier naar daar.

(Metamorphosen XV, 254-258, vertaling Marietje d’Hane-Scheltema)

 

Met deze wijsheid in het hoofd maken leerlingen wellicht een grotere stap in hun ontwikkeling naar zelfstandige volwassenen die ‘vaardig, waardig en aardig zijn, voor zichzelf en voor hun omgeving’, dan met de in 2032 ongetwijfeld hopeloos ouderwetse iPad in hun rugzak.

 

Bart Vieveen