Mail de redactieMail de redactie

Snel naar

Rondom het klaslokaal

Dit voorwoord schrijf ik in de trein, een grijze...

USAgenda 2017-2018

Een overzicht van de leerlingactiviteiten dit...

Nieuw redactielid

De huidige leerling-redactieleden doen dit jaar...

Ideeën welkom bij de medezeggenschapsraad

In de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad...

Genomineerde roman van docente Nynke Smits

Dit jaar verscheen bij Primavera Pers de historische...

Plusklassen 2016-2017

Afgelopen jaar konden leerlingen in de onderbouw...

Romereis twee-punt-nul

De Romereis is al jaren onderdeel van het Stedelijk...

Jodelende dodo’s op Socrates

Klas 1A en 1C vielen dit jaar in de prijzen tijdens...

Interview raad van toezicht

De beide rectoren van Athena en Socrates vormen...

Toetsen

Een wervelwind van brugklassers waait door de...

-- Oproepen en mededelingen --

Over D&D; ofwel de angst dat jouw kind ook gaat Drinken of Drugs gebruiken

Gepubliceerd op 22-03-2016

Hoe dat voor jullie is weet ik niet, maar persoonlijk schuif ik de gedachte dat mijn kind veel gaat drinken, blowen of – God verhoede – pillen slikken, direct ver weg vanuit de overtuiging dat zij verstandiger is dan dat. Hoop ik dan maar. Want zeker weten doe ik dat natuurlijk helemaal niet.

 

Ik wíl geloven dat zij dat niet doet en nooit gaat doen. Natuurlijk. Ik kijk naar rechts en zie een fris, slim en lief meisje van 13. Hoe zou zij nou op zulke onzalige ideeën komen?

 

Het antwoord is simpel en best angstaanjagend: namelijk net zoals al die andere kinderen die ook ooit fris, slim en lief waren en vervolgens toch echt ook hele hoeveelheden alcohol weg begonnen te tikken, joints te kopen en andersoortige drugs uit te proberen. En waarom zíj dat gingen doen weet ik niet. Misschien uit nieuwsgierigheid of door vrienden zacht doch indringend daartoe uitgenodigd. Of om nare dingen te vergeten of enge verwachtingen het hoofd te kunnen bieden.

 

Hoe het ook zij, het gebeurt; kinderen gebruiken. En de kans dat jij vanuit angst en drang tot controle je kind van je afduwt, dieper in de armen van de D&D, is heel realistisch. Het enige wat jij als ouder kunt doen als het zover is, echt doen om te helpen, is er zijn. Steun bieden, een luisterend oor, warme armen en een brede schouder als dat nodig is.

 

Als er nog niets aan de hand is, kunnen we als ouders volstaan met het speels geven van richting en van voorlichting. Het praten over drank en drugs met je kinderen gaat dan nog best. Wij vertellen hen wat het is, vragen of ze het kennen en of ze anderen kennen die misschien weleens innemen enzovoort. Zij draaien met hun ogen, ma-hámmen, proesten, maar luisteren. Niets zo makkelijk als een open gesprek wanneer er nog niets aan de hand is.

Maar wat te doen als het vermoeden rijst dat er misschien wel degelijk sprake is van reden tot zorg? Hoe ga je dan het gesprek aan? En belangrijker nog: hoe blijf je in gesprek?

 

Ik sprak hierover met Shirley van Gom, deskundige en trainer bij GGZ-instelling Parnassia, en dit leverde mij een aantal waardevolle inzichten op. Het lijken open deuren maar volgens mij zijn ze dat niet. Want op het moment dat het erom gaat, speelt iets heel belangrijks mee: jouw emotie die, als niet gecontroleerd, alles kan verpesten. Je begrijpt, ík wens mezelf op voorhand alvast heel veel succes…

 

Wellicht dat dit mij dan gaat helpen, mijn zes inzichten op een rijtje:

 

1)    Achtergrond of thuissituaties hebben niet per se een doorslaggevende invloed op het wel of niet gaan drinken of gebruiken van je kind. De persoonlijkheid speelt ook een grote rol. Is het een avontuurlijk kind dat graag dingen uitprobeert? Zegt het kind makkelijk ‘nee’ of juist niet? Eigenlijk zouden kinderen vanaf de basisschool al per definitie op weerbaarheid getraind moeten worden. Dat zou veel schelen.

 

2)    Pubers hebben een onvolgroeide prefrontale hersenkwab waardoor het voor hen met name moeilijk is om ‘nee’ te zeggen. Dus groepsdruk is moeilijk te weerstaan.

 

3)    De signalen die een waarschuwingssignaal in jouw hoofd kunnen laten afgaan, zijn verschillend van aard. Er kunnen veranderingen zijn in gedrag; zoals niet luisteren, afspraken niet nakomen, overal te laat komen, spijbelen of kelderende cijfers. In sociaal opzicht kan een veranderde vriendengroep hierop duiden. En als je ineens vloeitjes of vreemde kruimeltjes in schooltas of broekzak vindt, is er reden tot gesprek over blowen.

 

4)    Als blijkt dat jouw kind inderdaad veelgebruiker is – en dan doel ik niet eens meteen op niveau Perron 0 maar op terugkerend gebruik en misschien wel afhankelijkheid – dan is een van de belangrijkste zaken waar jij je als ouder bewust van moet zijn: jij ben niet degene die jouw kind ervan af kan helpen. De enige zinvolle rol die een ouder kan spelen, is de rol van gesprekspartner, steunpilaar en degene waar je kind tegen uit kan vallen.

 

5)    Proberen om je kind onder controle te houden of te veranderen, is de snelste weg naar een verslechterde relatie. Hoe moeilijk het ook is, ruimte geven en zo min mogelijk druk op het onderwerp uitoefenen, zorgt ervoor dat je kind het vertrouwen heeft dat hij of zij bij jou terecht kan. In plaats van dat ze meer voor je verborgen gaan houden.

 

6)    Het allerbelangrijkste is om de communicatielijnen open te houden. De grootste kans om dat voor elkaar te krijgen is door je kind nooit af te wijzen, in ieder geval niet op het gedrag. Het gevoel voor het kind dat het er nog altijd mag zijn. Steun en begrip is waar het om draait. Wel kun je natuurlijk strikt zijn waar het gaat om afspraken die niet nagekomen worden.

 

Dit alles klinkt logisch maar is, vrees ik, ontzettend moeilijk. Maar vooral ook net zo ontzettend de moeite waard om voor ogen te houden. Want ik voel mijn hart al koud worden en mijn maag zich omdraaien als ik bedenk hoe de blik in haar ogen zal zijn, bij het minst of geringste gevoel van afwijzing: 
“Jij dist mij, mam? Prima. Dan dis ik jou.” …

 

Tekst: Alexa Kuit

 

Training voor ouders
GGZ-instelling Parnassia heeft een speciale training ontwikkeld voor ouders: ‘Help, mijn kind kan niet zonder’. Deze training wordt gesubsidieerd vanuit de gemeente en is gratis. Meer informatie: 088 3571357.


Reacties

24-03-2016

Marjan

Beste redactie,

Ik ben ouder van een kind in het eindexamenjaar en zie je hem ineens veranderen. De wereld na het gymnasium lonkt. Soms volwassen en dan ineens weer zo kinderlijk..
Heerlijk om te zien maar soms ook lastig om de juiste ingang te vinden voor een gesprek. Timing is belangrijk, stemming of bui zijn bepalend voor een goed gesprek.
Mijn ervaring is tot nu toe dat er soms dingen zijn die je overvallen. Mijn zoon begint gelukkig meestal het gesprek tot nu toe zelf. En we zijn het niet altijd eens maar ik probeer inderdaad die open mind te houden en het gesprek te voeren zonder te oordelen. Dat lukt tot nu toe gelukkig goed en natuurlijk doet hij dingen die je liever niet ziet (roken bv) maar die deed ik vroeger zelf ook!
Gelukkig tot nu toe geen extreme dingen als drugs of pillen...

18-04-2016

Alexa

Hi marjan,

Ja, zo is het ook. natuurlijk doen onze kinderen ook al die dingen die wij vroeger deden. Gelukkig maar. Hebben ze ook de kans en gelegenheid het weer af te leren. Leren met een hoofdletter L, is dat niet waar het over gaat?! Fijn dat jij een zoon hebt die, hoe mondjesmaat misschien ook, wel het gesprek zoekt en zelf aangaat.