Mail de redactieMail de redactie

Snel naar

Rondom het klaslokaal

Dit voorwoord schrijf ik in de trein, een grijze...

USAgenda 2017-2018

Een overzicht van de leerlingactiviteiten dit...

Nieuw redactielid

De huidige leerling-redactieleden doen dit jaar...

Ideeën welkom bij de medezeggenschapsraad

In de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad...

Genomineerde roman van docente Nynke Smits

Dit jaar verscheen bij Primavera Pers de historische...

Plusklassen 2016-2017

Afgelopen jaar konden leerlingen in de onderbouw...

Romereis twee-punt-nul

De Romereis is al jaren onderdeel van het Stedelijk...

Jodelende dodo’s op Socrates

Klas 1A en 1C vielen dit jaar in de prijzen tijdens...

Interview raad van toezicht

De beide rectoren van Athena en Socrates vormen...

Toetsen

Een wervelwind van brugklassers waait door de...

-- Oproepen en mededelingen --

 

 

 

Pfeiffer, bosbessenmuffins en maatwerk profielkeuze

Gepubliceerd op 15-10-2015

Ziekenhuis bezoeken, bloedprikken, ‘wat heb ik nu precies?’. Pfeiffer, wat een rotziekte. Het schijnt dat iedereen het virus een keer krijgt, niet iedereen is er echter gevoelig voor. Hooguit een weekje verkouden en twee dagen bed-hangen. Of soms zelfs helemaal onzichtbaar. Maar het kan ook jaren duren of zelfs chronisch zijn. Kom ik er nog ‘goed’ vanaf met mijn zes maanden. Het was voor mij persoonlijk een valse start aan het begin van de derde klas, vorig schooljaar.

 

Voor ieder die het niet weet, Pfeiffer (gepaard met zijn honderden broertjes en zusjes) is een klierkoorts zonder een duidelijke oplossing. Oftewel, tussen vier à zes weken een keelontsteking en dan nog een langere tijd aan bed gekluisterd zijn zonder dat je er echt iets aan kan doen. Ook is de ziekte moeilijk aan te tonen. Ze kunnen nooit honderd procent zeker stellen dat je Pfeiffer hebt en met een vergelijkend virus kunnen ze zelfs bijna niet aantonen dat je het überhaupt in je systeem hebt. Het resultaat hiervan is herhaaldelijk bloedprikken en lijsten met medische termen voor je neus zien, waar je vervolgens maar gewoon van aanneemt dat alles klopt, omdat zelfs het uitspreken van de eerste lettergreep al een heel karwei is. Het ziekenhuis is niet half zo vervelend als verwacht: de stoelen in de wachtruimte zijn best comfortabel, er is gratis wifi en ik heb mijn liefde voor bosbessen muffins herontdekt.

 

Pfeiffer is nooit echt gewild, maar het viel bij mij wel erg onhandig. Klas 3 is het jaar van 16 vakken en meer toetsen dan ooit. Dat is altijd al stressen, maar op het moment dat je anderhalve periode achterloopt is het bijna onmogelijk. ‘Bijhouden, oefeningen maken, er tijd aan besteden’, dat is het advies voor het onthouden van dingen. Maar ja, dat was nu net het probleem. De eerste proefwerkweek heb ik maar de helft van de vakken gemaakt, de rest zou ik later moeten inhalen.

De tweede proefwerkweek zat er iets meer planning in, maar ook dat werkte niet: te weinig uitleg en nog steeds te ziek om echt iets in je hoofd te krijgen.

Een gesprek met school dan maar. Dat werkte verrassend goed. Met overleg vanuit het ziekenhuis bleek het handiger om een grens vast te zetten. We kwamen tot de overeenstemming dat zestien vakken echt niet zou lukken, dus werd er een vervroegde profielkeuze ingevoerd. Dat houdt in dat in plaats van in klas vier, ik halverwege de derde al mijn profiel mocht invoeren en alleen maar die vakken hoefde te volgen waar ik daadwerkelijk iets mee zou doen. De zorgcoördinator heeft ervoor gezorgd dat er een aangepast rooster werd ingevoerd en dat alle docenten werden ingelicht over de stand van zaken. Ook werd ik voor bepaalde uren bij een andere klas ingedeeld, zodat alle vakken nog wel binnen het schema van halve dagen vielen. En vanaf daar ging het alleen maar beter. Weg was die stress van onmogelijk veel vakken en eindelijk was daar de ruimte voor fysiek herstel.

 

Inmiddels zit ik in de vierde klas, helemaal gezond en wel (even afkloppen …). Maar mijn advies aan iedereen die nu symptomen van Pfeiffer heeft is: ga naar de dokter, informeer school en let op je grenzen. Vooral dat laatste is belangrijk. Hoe vaker je over je grenzen gaat, hoe langer de ziekte blijft en hoe meer last je er van krijgt.

 

Tekst: Afra Peetoom