Mail de redactieMail de redactie

Snel naar

Rondom het klaslokaal

Dit voorwoord schrijf ik in de trein, een grijze...

USAgenda 2017-2018

Een overzicht van de leerlingactiviteiten dit...

Nieuw redactielid

De huidige leerling-redactieleden doen dit jaar...

Ideeën welkom bij de medezeggenschapsraad

In de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad...

Genomineerde roman van docente Nynke Smits

Dit jaar verscheen bij Primavera Pers de historische...

Plusklassen 2016-2017

Afgelopen jaar konden leerlingen in de onderbouw...

Romereis twee-punt-nul

De Romereis is al jaren onderdeel van het Stedelijk...

Jodelende dodo’s op Socrates

Klas 1A en 1C vielen dit jaar in de prijzen tijdens...

Interview raad van toezicht

De beide rectoren van Athena en Socrates vormen...

Toetsen

Een wervelwind van brugklassers waait door de...

-- Oproepen en mededelingen --

Van Basisbeurs naar Leenstelsel: een overzicht

Gepubliceerd op 05-04-2015

Na maanden onderhandelen heeft de Eerste Kamer op 20 januari ingestemd met het Leenstelsel. Studenten die op 1 september 2015 of later aan een bachelor of master beginnen, krijgen geen Basisbeurs meer. Studenten met een aanvullende beurs kunnen extra lenen, maar verliezen hun Basisbeurs. De afbetaaltermijn wordt verlengd naar 35 jaar, waarbij het inkomen bepalend wordt voor het aflossingsbedrag. Het collegegeld blijft gelijk. De OV-studentenkaart blijft behouden en ook mbo-studenten onder de 18 jaar krijgen vanaf 2017 een OV-kaart.

Dat zijn de belangrijkste onderdelen van het nieuwe stelsel. De opbrengst van deze beleidsverandering wordt grotendeels weer in het onderwijs geïnvesteerd, naar schatting tussen de 800 miljoen en 1 miljard euro per jaar.

 

De belangrijkste reden voor PvdA, D66, VVD en GroenLinks om de invoering van het Leenstelsel te steunen, is de daarmee samenhangende investering in het hoger onderwijs. Over die kwaliteitsimpuls is inmiddels veel discussie en onder meer fractievoorzitter Arie Slob van de ChristenUnie heeft gepleit voor uitstel van de invoering van het Leenstelsel.

 

We bespreken hier de hoofdpunten van het nieuwe stelsel, aan de hand van enkele centrale vragen:

 

Wat is de grootste verandering?

De belangrijkste verandering is dat er niet langer een Basisbeurs voor alle studenten is. De Basisbeurs is nu nog een maandelijks bedrag, dat bij afstuderen een gift wordt, mits het diploma binnen tien jaar behaald is. In plaats daarvan moeten studenten geld lenen. Afhankelijk van het inkomen van hun ouders kunnen ze een aanvullende beurs krijgen.

 

De Basisbeurs in de huidige situatie is een bedrag van 100,25 euro per maand voor thuiswonenden en 279,14 per maand voor uitwonenden. Vier jaar lang. Heeft een student meer geld nodig, dan kan hij of zij extra lenen.

 

Als ouders minder dan 46.000 euro per jaar verdienen, krijgen studenten in het Leenstelsel nog wel een aanvullende beurs. Onder de 30.000 euro kan dat tot 365 euro per maand zijn, zelfs tot 100 euro méér dan in de huidige situatie met de Basisbeurs. Dat bedrag loopt terug naarmate het inkomen van ouders oploopt. De aanvullende beurs is er ook voor studenten van wie de ouders weigeren te betalen of onvindbaar zijn. Als ouders meer dan 46.000 euro per jaar verdienen, hebben studenten geen recht op een aanvullende beurs. Dat betekent dat ze geld moeten lenen om hun studie te betalen.

 

Voor wie geldt het Leenstelsel?

Het Leenstelsel geldt voor alle studenten die na 1 september 2015 beginnen aan een bachelor- of masterstudie. Daarbij geldt wel de zogenoemde Cohortgarantie. Studenten die zich vóór de ingangsdatum hebben ingeschreven voor een bachelor- of masterstudie, én voor deze datum al studiefinanciering toegekend hebben gekregen, vallen niet onder het Leenstelsel. Het Leenstelsel gaat voor hen pas gelden wanneer zij binnen een ander cohort gaan studeren. Wanneer studenten bijvoorbeeld na hun wo-bachelor een wo-master gaan doen, wordt het Leenstelsel ook voor hen van kracht.

 

Hoe zit het met de terugbetaling van die lening?

De voorwaarden waaronder de lening terugbetaald moet worden, worden overigens soepeler dan in de huidige situatie: studenten mogen er 35 in plaats van 15 jaar over doen. Hoeveel euro studenten per maand moet terugbetalen, wordt bepaald aan de hand van hun inkomen minus het minimumloon. Van het bedrag dat overblijft, moet maximaal 4% per maand worden gereserveerd om de studieschuld af te betalen.

 

Hoe zit het met bijverdienen en belastingaftrek?

Voor studenten die na 1 september 2015 beginnen aan een nieuwe opleiding in het hoger onderwijs en met het Leenstelsel te maken krijgen, geldt niet langer een bijverdiengrens.

 

In bepaalde gevallen is het op dit moment mogelijk om kosten voor studie af te trekken van de inkomstenbelasting. Deze mogelijkheid komt met het nieuwe Leenstelsel te vervallen. Het laatste jaar waarin studiekosten nog van de belasting afgetrokken kunnen worden, is 2015.

 

Kritiek op Leenstelsel door Raad van State

Er is veel kritiek op het Leenstelsel. Zo schrijft de Raad van State op 18 september 2014 in een advies dat zij er niet van overtuigd is dat de invoering van het Leenstelsel de kwaliteit van het hoger onderwijs verbetert. Ook staat het afschaffen van de Basisbeurs volgens de Raad op gespannen voet met de toegankelijkheid van het onderwijs. De Raad stelt dat het niet bewezen is dat het persoonlijke profijt van een studie groter is dan het maatschappelijke profijt en wijst erop dat de middengroepen door de invoering van het Leenstelsel relatief zwaar worden geraakt. Ook pleit de Raad voor een overgangsregeling voor de groep studenten die bij aanvang van de studie dacht de Basisbeurs te ontvangen tijdens de masterfase.

 

De minister van Onderwijs heeft deze voorstellen niet overgenomen.

 

Decaan Sven Kruizinga over het Leenstelsel

“Niet helemaal duidelijk is of het Leenstelsel een bezuiniging is of echt een maatregel die is bedoeld om het onderwijs een impuls te geven. Daarover zijn nog veel vragen. De Basisbeurs wegstrepen is concreet, een kwaliteitsimpuls is abstract. Er zijn nog geen concrete plannen. Het risico is dat het een sigaar uit eigen doos blijkt, waarbij de sigaar is kwijtgeraakt.

Zelfs als het een bezuinigingsmaatregel zou zijn, is dat niet zo’n gekke gedachte. Er wordt op allerlei gebieden bezuinigd en om dat ook te doen bij mensen die een goed inkomen krijgen, is niet zo raar.

Het Leenstelsel heeft in elk geval één mogelijk positief effect: leerlingen gaan misschien meer tijd steken in hun keuze en zich beter voorbereiden. Een verkeerde keuze krijgt nu immers direct financiële consequenties. Goede voorbereiding van studiekeuze wordt belangrijker.” 

 

Tekst: Peter Pot